“Knoflook kweken in Nederland kan helemaal niet!”

knoflook

Ongeveer twintig jaar nadat dat tegen Lambert gezegd is kweekt De Tuinen van Weldadigheid ongeveer 100 knoflooksoorten, de grootste collectie van Nederland. Ongeveer de helft daarvan zal op vanaf 6 september te koop zijn in de webwinkel en ook dat is uniek: zoveel soorten te koop bij de kweker zelf. In de aanloop naar de knoflookverkoop eerst het verhaal van hoe dit zo gekomen is. 

Toen Lambert jaren geleden, op zijn volkstuin aan de rand van Zwolle, wat mensen vertelde over zijn interesse in het zelf kweken van knoflook werd hij voor gek verklaard door medetuiniers. Noord-Europa is eigenlijk de enige regio waar niet al eeuwen knoflook gegeten wordt. Wij aten en verbouwden uien, geen knoflook. Daarvoor moet je naar het zuiden, dáar kun je knoflook kweken, dat kan hier helemaal niet! “Nou, dat moet je net tegen mij zeggen…” Lambert had al eens wat knoflook bij een biologische winkel gekocht om daar eens wat mee te proberen. Dat ging redelijk. Ongeveer twaalf jaar geleden kwam Lambert bij het zoeken van informatie terecht op de website van Eemlook, de knoflookkwekerij van Kees en Els Huijbrechts in het midden van het land. Kees, beter bekend als Kees Knoflook, had veel knofloken van over de hele wereld verzameld. Hij verbouwde deze op een kwart hectare bij hun zorgboerderij. Hij ging mee in het teeltschema met een biologische boerderij. Die rouleerden onder andere aardappelen en wortels en Kees kwam daar dus ook tussendoor met z’n knoflook. Lambert stuurde hem een berichtje of hij van zijn tien beste soorten tien bollen kon opsturen om het zelf ook te gaan proberen. Het idee was toen alleen om een paar mooie soorten te hebben voor verse verkoop aan bijvoorbeeld horeca. Dat kweken ging prima. Kees en Lambert hielden contact en kwamen elkaar af en toe tegen in hun Gekke Mensen Die Zich Met Rare Groenten Bezighouden netwerk. Toen Kees een jaar of zes geleden aangaf te gaan stoppen heeft Lambert zijn hele collectie van ongeveer 80 soorten knofloken overgenomen. De soorten van Kees zijn er nog allemaal. Daar is in de loop der tijd een aantal soorten bij gekomen. De interesse was inmiddels verschoven van een klein aantal soorten vers verkopen naar zoveel mogelijk soorten in stand houden en ze ook verkopen als plantgoed; ze waren knoflookverzamelaars geworden.

11-11-8-12

Knoflook heeft een interessante teelt, enigszins vergelijkbaar met tulpen. Er is een ezelsbruggetje voor: 10-10-10-10. Dit betekent rond 10 oktober de tenen planten, 10 centimeter diep en 10 centimeter uit elkaar. Lambert zou Lambert niet zijn als-ie daar niet een beetje van af zou wijken: De Tuinen van Weldadigheid houdt 11-11-8-12 aan. Als ezelsbruggetje minder makkelijk te onthouden, maar voor hen werkt het: door wat later te planten (11-11) krijgen ze minder last van onkruid en het wieden is makkelijker als er wat meer ruimte tussen zit (12). Twee centimeter minder diep (8) is ook voldoende en scheelt een hoop moeite als je 30.000 tenen moet planten… Het resultaat is ongeveer 22.000 bollen; je verliest altijd wat. Hoeveel tenen een bol geeft verschilt per soort. Er is een soort die maar twee tenen geeft, maar er zijn er ook met twintig. Niet alle nieuwe soorten die ze krijgen kunnen gelijk het erop volgende seizoen verkocht worden. Eerst proberen of het gaat, of er geen ziekten zijn en pas als ze zelf voldoende hebben om goed mee te kweken kunnen ze verkocht worden.

Knofloken met een verhaal

De Tuinen van Weldadigheid hebben de grootste collectie knofloken van Nederland: met de 80 van Kees en nog een aantal andere bijzondere soorten van andere liefhebbers zitten ze inmiddels op zo’n 100 soorten! Ook buiten Nederland is dit aantal verre van ‘normaal’. Commerciële knoflook, bijvoorbeeld in de supermarkt, is maar een paar soorten en komt meestal uit China. In Nederland wordt wel het één en ander verbouwd, op kleine schaal, maar zelden rechtstreeks verkocht; de verkoop wordt veelal gedaan door handelaars die dus niet zelf kweken. Als je bijzondere knoflook wilt kopen van de kweker zelf moet je dus bij De Tuinen zijn! Niet alleen vanwege het aantal soorten, maar ook omdat de herkomst goed beschreven is. Iedere knoflook heeft z’n verhaal.

“Kees komt volgend jaar in de verkoop”

Normaliter wordt knoflook vegetatief gekweekt: je stopt een teen in de grond, die splitst zich tot een bol die dus genetisch hetzelfde is als de teen. Je kunt knoflook echter ook, met wat moeite, bestuiven. Kees Huijbrechts had dit als experiment een paar keer gedaan, probeersels zonder naam. Van die experimenten is de beste overgebleven en die heeft Lambert de naam Kees gegeven. Kees komt waarschijnlijk volgend jaar in de verkoop. Dit jaar al te koop en heel populair is olifantsknoflook. Eigenlijk is dit geen knoflook. Taxonomisch zit deze dichter bij prei, maar ziet eruit als een grote knoflookbol met hele grote tenen. De smaak is ook niet echt die van knoflook, maar meer een pittige prei, leuk voor keukenprobeersels. Eén van Lamberts eigen favorieten is Valverde. Dit is één van de tien van Kees, van hoe het knoflookverhaal van De Tuinen ooit begon. Het is een vrij grote softneck-knoflook die je kunt vlechten en goed groeit. De eerste keer toen ze deze plantten riep een medewerker: “Hee, Alejandro Valverde!”, die toen meedeed met de Tour de France. Alejandro reed vorig jaar nog steeds mee en ook zijn knoflook blijft het goed doen. Een andere favoriet is Purple Glazer, een mooie, grote, sterke, paarse knoflook uit Georgië. Volgens kenner Kees de lekkerste knoflook om te mee bakken! Dan de Oosterdel. Genoemd naar het unieke cultuurhistorische landschap ten oosten van Broek op Langedijk maar oorspronkelijk afkomstig uit Litouwen. De Oosterdel heeft hele grote tenen en is lekker pittig.

Op dinsdag 6 september start de online verkoop van deze en nog veel meer ‘knofloken met een verhaal’!

(tekst: Chantal van der Ende-Appel)

Cookies

Onze website maakt gebruik van cookies, zodat we de bezoekers van onze website kunnen voorzien van een functionerende en prettige website.
Voor meer informatie kun je ons privacybeleid lezen.